Pakjes voor Plan Tij

Geplaatst op December 4, 2009 om 16:06

02-12-2009

Dierbaar Dagboek,

Het was fris vannacht. Brrr. Nog niet echt koud, maar ik was blij dat ik een extra wolletje aangetrokken had. Toen we aankwamen in Dordrecht was het nog mooi weer, warm zelfs, maar nu is het echt decemberweer. Koud met een tikkeltje fris. Weer om de handschoenen aan te trekken en een sjaal om te doen. Dat zijn dan meteen ook hele leuke presentjes om te geven. Warme kleding voor de winter. Maar dat terzijde.

We waren vannacht lekker bezig om in de Stadspolders presentjes in de schoorstenen en door de brievenbussen te gooien toen Hoofdpiet naast me kwam lopen. We waren net op de flat van het Maaskanterf gesprongen en Amerigo zette de vaart er in. Hij vindt het altijd prettig, zo’n plat dak van een flat, zeker als hij een uurtje over schuine daken heeft gelopen. Hoofdpiet moest echt even hard lopen om bij te komen. Ondertussen controleerde hij ook nog of de Pieten wel de juiste pakjes en presentjes in de juiste schoorstenen en brievenbussen wierpen. Hij had het er maar druk mee.

“Sinterklaas,” riep hij hijgend, “Sinterklaas. Ik bedenk me net, hebben wij wel cadeautjes meegenomen voor het Plan Tij?” “Het Plan Tij?” vroeg ik, “je bedoelt die nieuwe wijk in de Jagers- en Windhondenpolder?” “Ja, Sint, die bedoel ik. Ik weet opeens niet meer zeker of we daar wel aan gedacht hebben. Daar wonen nu mensen en straks komen we er langs en als we dan geen presentjes bij ons hebben, nou dan is het niet best. Dan hebben die mensen die daar wonen en al die lieve kinderen daar helemaal niets om zich op te verheugen.” “Tja, Hoofdpiet, dit is natuurlijk iets wat jij van te voren had moeten controleren,” antwoordde ik, een beetje streng. Ik trok aan de teugels en Amerigo stopte onmiddellijk. De Pieten verzamelden zich om ons heen.

“Pieten,” zei ik, “weet iemand van jullie ook of wij wel pakjes hebben voor Plan Tij?” De Pieten haalden hun schouders op. Niemand wist het. “Wel, dan ga ik maar even met Amerigo thuis in de pakjeskamer kijken of er pakjes zijn voor Plan Tij.”
En ik gaf Amerigo de sporen en met gezwinde spoed renden wij naar het Hof. Ik steeg af en ging snel naar de pakjeskamer. Geen pakjes. Ik rende door de gewelven en keek in de bakkerij. Geen pakjes. Snel stoof ik naar de Pietenslaapkamer. Daar lagen drie slapende Pieten.

“Pieten,” riep ik luid, “wakker worden. We moeten pakjes maken voor Plan Tij. Ik kan nergens meer pakjes vinden.” “Plan Tij?” riep Pakjespiet, “ Die mensen wonen boven op het water en dan moet je voorbereid zijn op nattigheid. Die pakjes heb ik allemaal in de boot gelaten. De boot blijft namelijk altijd drijven.” Hoofdschuddend sprong ik op Amerigo en samen met de Pakjespiet maakte ik dat ik bij de stoomboot kwam. In het ruim stond een zak met daarop in grote letters: “Plan Tij, Pas Op, Nat”. Ik wierp de zak over mijn schouder en sprong weer op Amerigo. In een mum van tijd waren we weer bij de Hoofdpiet en de Pieten. Ze waren net aan Plan Tij toe.

Alle pakjes werden bezorgd en ik kon na thuiskomst weer gerust slapen. Het was allemaal net op tijd goed gekomen.

Tot morgen,

Sinterklaas.