De zwarte kat

Geplaatst op December 4, 2009 om 16:17

03-12-2009

Dierbaar Dagboek,

Gisteren reden we over de daken in de binnenstad. Toen we weer bijna bij het Sinterklaashuis waren en bijna alle lekkers rondgedeeld hadden, kwam Buitelpiet met grote angstige ogen naar me toe gerend.

“Sinterklaas, Sinterklaas,” riep Buitelpiet, “help!”

“Wat is er, Buitelpiet,” vroeg ik.

“Er loopt een zwarte kat over het dak. Een zwarte kat met geelgroene ogen en die kijkt me heel boos aan en nu ben ik bang.”

“Maar voor een zwarte kat hoef je toch niet bang te zijn?”

“Jawel, Sinterklaas, want een zwarte kat brengt ongeluk. Daar hoort altijd een heks bij.”

Soms zijn Pieten bijgelovig en ik kwam er nu achter dat Buitelpiet ook bijgelovig was. Ik vroeg hem waar hij de zwarte kat dan wel gezien had. Hij wees naar het dak van een klein huisje, vlak bij mijn Sinterklaashuis. Ik keek in het donker naar het dak, maar zag niets.

“Nou, Buitelpiet, ik weet niet hoeveel pepernoten jij gegeten hebt, maar ik zie geen zwarte kat. Ik zie daar op dat dak van dat kleine huisje helemaal niets.”

“Kijk dan goed, Sinterklaas,” zei Buitelpiet, “hij zit achter de schoorsteen.”

Ik keek nog een keer heel goed, maar zag nog niks. “Nou, Buitelpiet, ik zie echt niks hoor. Ik denk dat je het je maar inbeeldt. Heb je soms niet lang genoeg geslapen vandaag, dat je nu overal zwarte katten ziet die er niet zijn?”

Hoofdpiet kwam er bij. Met zijn drieën stonden we op het dak en keken naar de schoorsteen van het kleine huisje. Hoofdpiet tuurde zelfs en hield een hand boven het oog.

“Waarom houd jij je hand boven je ogen?” vroeg ik Hoofdpiet. “Nou,” zei deze, “dat heb ik in een indianenfilm gezien. Dan had je een heel stoere indiaan en die hield dan zijn hand ook zo boven de ogen en dan kon hij heel goed zien.”

“Hm. En wat zie je?”

“Ik zie een kleine zwarte kat in het donker. Het is logisch dat u de kat niet ziet, want uw ogen zijn natuurlijk al niet zo best, op uw leeftijd en de kat is net zo zwart als de nacht. Vandaar dat u hem niet ziet.”

“En is dit een gevaarlijke, behekste kat zoals Buitelpiet dat zegt?”

Hoofdpiet tuurde nog een keer. Toen sprong hij geruisloos op het dak van het kleine huisje. De kat kwam spinnend naar Hoofdpiet toe. Hij gaf hem kopjes en een likje tussen de wenkbrauwen. Hoofdpiet tilde het zwarte diertje op en bracht het naar mij en Buitelpiet.

“Kijk, het is de kat van het kleine huisje. Die is niet behekst, hoor Buitelpiet, dit is gewoon een heel lieve kat.”

De zwarte kat gaf mij en Buitelpiet allebei een kopje en luid spinnend liep hij weer naar zijn eigen huisje. Buitelpiet zuchtte eens diep en zei: “Sinterklaas, ik ben weer helemaal gerust. Ik was echt even bang dat het een kat van een heks was, maar het is gewoon de kat van het kleine huisje. Ik denk dat ik nu wel weer goed slapen kan.”

En zo geschiedde. We gingen gauw naar het Sinterklaashuis, spraken nog even wat na over de zwarte kat van het kleine huisje en toen gingen we lekker slapen.

Tot morgen,

Sinterklaas.