De vlechten van Sinterklaas
27-11-09
Dierbaar Dagboek,
Het is al weer bijna weekend en wat zijn er veel kinderen bij me langs geweest in het Sinterklaashuis. Ik denk dat ik wel duizend handjes geschud heb en er zijn wel twintig, misschien wel dertig foto’s gemaakt van mij met een klein kindje op schoot. Er waren zelfs meisjes met prachtige vlechten in het haar.
Toen ik de prachtige vlechten zag zei ik tegen Hoofdpiet: “Kijk, Hoofdpiet, zo’n vlecht zou ik nu ook wel eens in mijn lange grijze haar willen hebben.” “Nou Sint,” zei Hoofdpiet, “weet u dat nu wel zeker? Zou u niet liever leuke stekeltjes in uw haar doen. Met gel en een kleurtje?” “Stekels met gel en een kleurtje?” “Ja, zoals die jongetjes die bij u op schoot hebben gezeten. Kijk, hier heb ik er nog een foto van.”
Hoofdpiet liet mij een foto zien waar een heel lief jongetje met stekels en gel in het haar, met een kleurtje, op stond. “Nee, Piet,” zei ik, “dat kan niet, want mijn haar is al te oud en te lang om goed in stekels te kunnen staan. Laten we maar proberen of ik vlechten in mijn haar kan krijgen. Roep de Knipknappiet en zeg hem dat ik mijn haar helemaal anders wil.”
Knipknappiet kwam onmiddellijk en begon, toen alle kinderen het Sinterklaashuis verlaten hadden, meteen met mijn kapsel. Hij zette voorzichtig mijn mijter af en wilde met een schaar mijn haren knippen.
“Ho, ho, ho, Knipknappiet, je moet mijn haren niet knippen, je moet er vlechten in vlechten.”
“Maar ik kan heel knap knippen, Sinterklaas,” zei de Knipknappiet.
“Dat weet ik,” antwoordde ik, “maar nu even niet knippen, gewoon vlechten vlechten.”
Knipknappiet begon te vlechten. Eerst een vlecht aan de linkerkant van mijn hoofd, maar dat ging al niet helemaal goed, want het haar van mij was veel te dun. Toen probeerde hij het aan de rechterkant van mijn hoofd, maar ook daar was mijn haar veel te dun.
“Zal ik uw baard vlechten?” vroeg de Knipknappiet.
“Nee,” zuchtte ik, “laat maar, Knipknappiet. Ik geloof dat mijn haren al te oud en te grijs en te slap zijn om nog in een vlecht te kunnen. Bovendien is een vlecht in een baard geen gezicht. Nee, zet mij mijn mijter maar weer op, dan blijf ik maar gewoon wie ik ben.”
Toen ik even later weer op mijn stoel in mijn grote kamer zat, fluisterde Hoofdpiet mij in: “Het is maar goed dat u geen vlechten hebt genomen. U bent zo toch veel knapper.” En zo is het maar net.
Tot morgen,
Sinterklaas.